ECLI:NL:RVS:2010:BN3709
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving zonder vergunning aangebrachte reclame-uitingen winkelpand Venlo
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo legde Aswa Venlo B.V. een last onder dwangsom op om zonder vergunning aangebrachte reclame-uitingen op haar winkelpand te verwijderen. Aswa maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna Aswa hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Venlo en de Gemeentewet. Er bestond geen concreet zicht op legalisatie van de reclame-uitingen, en het college had het belang van handhaving zwaarder gewogen dan het belang van Aswa.
Aswa voerde aan dat het college jarenlang had gedoogd en dat handhaving daarom onevenredig was, en dat het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur waren geschonden. De Raad van State verwierp deze argumenten, stellende dat geen concreet en ondubbelzinnig vertrouwen was gewekt en dat het college niet willekeurig had gehandeld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van Aswa Venlo B.V. wordt ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden tegen de zonder vergunning aangebrachte reclame-uitingen voortzetten.