Uitspraak
200901824/1/R3heeft de Afdeling onder meer het volgende overwogen:
Raad van State
Bij besluit van 7 juli 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het bestemmingsplan 'Restveen en Groene Waterparel' goedgekeurd. Diverse appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het beroep van appellanten sub 5a en 5b niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding en dat het beroep van appellanten sub 5 niet-ontvankelijk is voor zover het zich richt tegen het plandeel met bestemming 'Bedrijf' en aanduidingen 'aannemersbedrijf categorie 3' en 'zonder bedrijfswoning' voor gronden aan locatie a. Het beroep van appellant sub 2 is gegrond voor zover het plandeel met bestemming 'Bedrijf' en aanduidingen 'constructiebedrijf' en 'stratenmakerbedrijf' voor perceel locatie d betreft, omdat het college niet voldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van dit plandeel, waardoor het besluit in strijd is met de zorgvuldigheidseisen van de Awb.
De beroepen van appellanten sub 1, 3, 4 en het overige van sub 5 zijn ongegrond. De Afdeling bevestigt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het provinciale en regionale natuurbeleid, dat overgangsrecht toepassing vindt op bestaand gebruik, en dat de bestemmingen passend zijn binnen het ruimtelijk beleid. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 5 en tot vergoeding van griffierecht.
De Afdeling vernietigt het besluit voor het plandeel locatie d en onthoudt goedkeuring hieraan, waarmee deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het plandeel met bestemming 'Bedrijf' en aanduidingen 'constructiebedrijf' en 'stratenmakerbedrijf' voor perceel locatie d is vernietigd en goedkeuring onthouden; overige beroepen zijn ongegrond of niet-ontvankelijk.