ECLI:NL:RVS:2010:BN4812
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Verblijfvergunning geweigerd wegens onvoorwaardelijk uitgezette gevangenisstraf en gevaar voor openbare orde
De zaak betreft een vreemdeling die een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud) heeft aangevraagd. De staatssecretaris weigerde de vergunning omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, gelet op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minimaal één maand.
De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de tenuitvoergelegde voorwaardelijke gevangenisstraf niet meegeteld mocht worden bij de berekening van de onvoorwaardelijke strafduur. De Raad van State oordeelt echter dat wanneer een voorwaardelijke straf alsnog onvoorwaardelijk wordt uitgevoerd, deze straf meegeteld moet worden. Dit is in lijn met het doel van de Regeling om de openbare orde te beschermen.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens faalt het beroep van de vreemdeling op bijzondere omstandigheden op grond van artikel 4:84 Awb Pro, aangezien deze omstandigheden reeds bij het beleid zijn betrokken. Ook is het beroep op het ontbreken van een hoorzitting ongegrond.
De vreemdeling voldoet niet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning omdat hij veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan één maand, inclusief het deel van de voorwaardelijke straf dat alsnog ten uitvoer is gelegd.
Uitkomst: De verblijfsvergunning wordt geweigerd omdat de vreemdeling een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan één maand heeft ondergaan en daarmee een gevaar voor de openbare orde vormt.