ECLI:NL:RVS:2010:BN4932
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluiten wegens arbeid zonder vergunning op zeeschip
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan twee appellanten elk een boete van €32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen arbeid verrichtten zonder tewerkstellingsvergunning op een vaartuig dat als studentenhuisvesting fungeerde.
De rechtbank Amsterdam vernietigde deze boetebesluiten en verklaarde de beroepen gegrond, omdat de werkzaamheden van de vreemdelingen kwalificeerden als schepelingendienst, waardoor het verbod niet van toepassing was. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de functie van het vaartuig als studentenhuisvesting niet relevant is voor de kwalificatie van de werkzaamheden. De werkzaamheden bestonden uit het vaargereed houden van het schip en vielen binnen het dagelijkse patroon van zorg voor het schip, waardoor zij als schepelingendienst moeten worden aangemerkt. Het hoger beroep van de minister faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Daarnaast is het standpunt van de minister over de aanvang van de redelijke termijn in het kader van het EVRM voorlopig, zodat dit niet tot een andere uitkomst leidt. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het heffen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.