ECLI:NL:RVS:2010:BN5481
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding noodzakelijke kosten contra-expertise taalanalyse door COa
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) waarbij de vergoeding voor kosten van een contra-expertise taalanalyse werd beperkt tot €800 exclusief BTW. De vreemdeling had een hoger bedrag gevorderd voor zowel de eerste als tweede fase van de contra-expertise.
De Raad overwoog dat het COa bevoegd is om te beoordelen welke kosten noodzakelijk zijn en dat de eerste fase, bestaande uit dossieranalyse en plan van aanpak, geen specifieke taalkundige kennis vereist en daarom niet als noodzakelijke kosten wordt vergoed. De tweede fase, waarin de eigenlijke taalkundige contra-expertise wordt opgesteld, wordt wel als noodzakelijke kosten gezien.
De Raad stelde vast dat het COa zijn beleid zorgvuldig heeft gemotiveerd, mede op basis van advies van taalexperts en internationale vergelijkingen, en dat de beperking van de vergoeding redelijk is. De grief van de vreemdeling dat het COa geen beoordelingsvrijheid heeft, faalt. Ook het argument dat er geen alternatief is voor De Taalstudio voor het Dafur-dialect wordt verworpen.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen het besluit van het COa had afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van maximaal €800 voor de contra-expertise taalanalyse wordt bevestigd.