201001059/1/H1.
Datum uitspraak: 1 september 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 11 december 2009 in zaak nr. 09/2032 in het geding tussen:
het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college).
Op 2 maart 2009 heeft het college aan [appellant] naar aanleiding van door hem op 17 februari 2009 toegezonden bouwtekeningen, waarop de situering van een kas op het perceel aan [locatie] te Boxtel gewijzigd is weergegeven, medegedeeld dat op de aanvraag om bouwvergunning van 27 november 2002 afwijzend is beslist, daarop thans geen andere beslissing kan worden genomen en hem te kennen gegeven dat hij de bij deze brief als bijlage gevoegde formulieren voor het aanvragen van een bouwvergunning kan indienen.
Bij uitspraak van 11 december 2009, verzonden op 16 december 2009, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 januari 2010, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 augustus 2010, waar [appellant], bijgestaan door mr. I.J.J.M. Roorda, en het college, vertegenwoordigd door B.A.P. van de Staak, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2.1. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de door hem op 17 februari 2009 toegezonden bouwtekeningen ten onrechte niet heeft meegenomen in de verdere besluitvorming op de aanvraag van 27 november 2002. Hij voert daartoe aan dat het college na het besluit van 9 april 2008, waarbij zijn bezwaren tegen de afwijzing daarvan opnieuw ongegrond zijn verklaard, zijn medewerking aan een gewijzigde aanvraag heeft toegezegd, hij die aanvraag op 17 februari 2009 tijdens de hoger beroepsprocedure inzake de afwijzing heeft ingediend, het slechts een ondergeschikte wijziging betreft en hij met deze aanvraag voldoende gegevens heeft verstrekt voor de beoordeling ervan.
2.1.1. Door de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2009 in zaak nr.
200901578/1is de afwijzing van de aanvraag van 17 februari 2002 in rechte onaantastbaar. In die procedure zijn de door [appellant] op 17 februari 2009 ingediende gewijzigde bouwtekeningen niet betrokken.
De rechtbank heeft het terecht niet meer mogelijk geacht dat die bouwtekeningen in de procedure met betrekking tot de eerder afgewezen aanvraag worden betrokken. Voor zover [appellant] betoogt dat zij aldus heeft miskend dat de ingediende gewijzigde bouwtekeningen moeten worden aangemerkt als een verzoek om heroverweging van de eerdere afwijzing van zijn aanvraag van 27 november 2002, faalt dat betoog. Dit verzoek betrof een ander bouwplan.
De rechtbank heeft voorts in het betoog van [appellant] dat zijn verzoek voldoende informatie bevat voor de beoordeling ervan terecht geen grond gezien om te oordelen dat het college dit verzoek ten onrechte niet heeft opgevat als een voldragen aanvraag om verlening van bouwvergunning.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Montagne
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2010