Uitspraak
200701730/1) spelen de financiële omstandigheden van de overtreder bij die beoordeling immers in beginsel geen rol.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld legde dwangsommen op aan appellanten vanwege permanente bewoning van recreatieverblijven, in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied 2000". Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college bevoegd was handhavend op te treden en dat het beroep op het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat het gemeentebestuur van Barneveld zelfstandig bevoegd is en het college elders wel handhavend optreedt. Ook werd geoordeeld dat appellanten niet aannemelijk maakten dat zij binnen een jaar in aanmerking zouden komen voor een woning, zoals vereist voor een tijdelijke gedoogverklaring.
Verder oordeelde de Afdeling dat het handhavend optreden niet onevenredig is, ondanks het ontbreken van vervangende woonruimte en de slechte gezondheid van een appellant, omdat er ruime begunstigingstermijnen zijn gegeven en geen sprake is van kennelijke hardheid. De hoogte van de dwangsommen werd als proportioneel beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsommen en handhaving tegen permanente bewoning bevestigd.