ECLI:NL:RVS:2010:BN5937
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Italië in hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij niet naar Italië zou worden uitgezet zolang het hoger beroep niet was beslist. Hij voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer houdbaar is vanwege slechte opvangvoorzieningen en de wijze van afhandeling van asielaanvragen in Italië, en verwees naar prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU en eerdere interim measures van het EHRM.
De minister stelde dat het EHRM recentelijk verzoeken om interim measures betreffende overdrachten aan Italië heeft afgewezen en dat klachten over de situatie in Italië bij de autoriteiten aldaar moeten worden ingebracht. De voorzitter zag daarom geen grond om aan te nemen dat het hoger beroep tot vernietiging van de uitspraak zal leiden of dat de vreemdeling niet aan Italië mag worden overgedragen.
Gezien deze omstandigheden wees de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00 aan de vreemdeling wegens door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 31 augustus 2010 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Italië wordt afgewezen.