ECLI:NL:RVS:2010:BN5943
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen naar Griekenland toegewezen
De vreemdelingen hadden beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had hun beroepen ongegrond verklaard. De vreemdelingen verzochten vervolgens om een voorlopige voorziening om uitzetting naar Griekenland te voorkomen gedurende de behandeling van het hoger beroep.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel de minister in staat stelt ervan uit te gaan dat Griekenland haar verdragsverplichtingen nakomt. Echter, vanwege het spoedeisende belang en de betrokken belangen werd besloten een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdelingen waren op 25 augustus 2010 in bewaring gesteld omdat de noodzakelijke documenten voor terugkeer aanwezig waren of spoedig beschikbaar zouden zijn. De minister had aangekondigd de vreemdelingen op 2 september 2010 over te dragen aan de Griekse autoriteiten. De voorzitter bepaalde dat de vreemdelingen niet uitgezet mogen worden totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 31 augustus 2010 door de voorzitter in aanwezigheid van een ambtenaar van Staat.
Uitkomst: De voorlopige voorziening is toegewezen waardoor de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist.