Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Reeds omdat [appellante sub 1] de vreemdeling werkzaamheden liet verrichten voordat de vreemdeling papieren had overgelegd waaruit bleek dat hij een eigen bedrijf had, hebben appellanten niet al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was gedaan om de overtreding van de Wav te voorkomen. Dat [appellante sub 1] de vreemdeling heeft geïnstrueerd de werkzaamheden anders uit te voeren dan blijkens de verklaringen van de vreemdeling en [kraanmachinist] is gebeurd, hebben appellanten niet gestaafd. Dat [appellante sub 1] naar gesteld een betrouwbare onderneming is en de vreemdeling nog steeds in Nederland werkzaam is brengt niet met zich dat [appellante sub 1] niet kan worden verweten dat de werkzaamheden bij [appellante sub 1] in strijd met de Wav zijn verricht. Dat de vreemdeling bekend is bij de Belastingdienst noopt niet tot matiging van de opgelegde boete, nu deze instantie niet bevoegd is ter zake van de handhaving van de Wav. Aangezien de vreemdeling pas na de controle de bij het boeterapport gevoegde Verklaring arbeidsrelatie winst uit onderneming van de Belastingdienst heeft aangevraagd kan deze verklaring reeds daarom niet tot matiging van de opgelegde boete leiden. De enkele omstandigheid dat de vreemdeling een marktconforme beloning ontving biedt evenmin grond voor matiging omdat daarmee de overige doelstellingen van de aanpak van illegale tewerkstelling niet aan betekenis hebben ingeboet. Zoals uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet bestuurlijke boete arbeid vreemdelingen (Kamerstukken II 2003/04, 29 523, nr. 3, blz. 1) blijkt, zijn die overige doelstellingen het tegengaan van verdringing van legaal arbeidsaanbod, van concurrentievervalsing en van het faciliteren van de voortzetting van illegaal verblijf. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor matiging van de opgelegde boete.