ECLI:NL:RVS:2010:BN6675
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P. van Dijk
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep over toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag bij mishandeling en intimidatie
De staatssecretaris van Justitie heeft de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat de vreemdeling zich schuldig zou hebben gemaakt aan gedragingen die als marteling kunnen worden gekwalificeerd. De rechtbank had dit besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de staatssecretaris.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was. De verklaringen van de vreemdeling zelf over zijn rol bij mishandeling en intimidatie van verdachten in Iran zijn voldoende om te concluderen dat hij opzettelijk pijn of ernstig lijden heeft veroorzaakt.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug om opnieuw te beoordelen of de gedragingen van de vreemdeling zijn gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen de burgerbevolking, wat noodzakelijk is voor toepassing van artikel 1(F). Tevens wordt bepaald dat de rechtbank beslist over de vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere beoordeling.