Uitspraak
201008569/2/H2heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 1 juni 2010 geschorst.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg verleende op 1 juni 2010 een kapvergunning voor het kappen van dertien lindebomen in de Julianastraat te Dedemsvaart. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door verzoeker en anderen, dat door de voorzieningenrechter ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State schortte bij mondelinge uitspraak op 1 september 2010 het besluit van 1 juni 2010 op als voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 3 september 2010 onderzocht de voorzitter ambtshalve of deze voorziening gehandhaafd kon blijven.
De gemeente voerde aan dat hoewel de herinrichting van het noordelijke deel van de Julianastraat pas begin 2011 gepland staat, er eerder noodzakelijke aanpassingen aan nutsvoorzieningen moeten plaatsvinden. Deze werkzaamheden kunnen niet worden uitgesteld en maken het onmogelijk om de resterende vijf lindebomen te sparen zonder schade aan wortelstelsel of bomen.
De voorzitter oordeelde dat de gemeente een spoedeisend belang heeft bij opheffing van de voorlopige voorziening. Gezien het toetsingskader en de discretionaire ruimte van het college was er onvoldoende reden om aan te nemen dat de kapvergunning in de bodemprocedure niet in stand zou blijven. Daarom werd de voorlopige voorziening opgeheven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorlopige voorziening die het kappen van vijf lindebomen betrof, is opgeheven vanwege het spoedeisend belang van de gemeente.