ECLI:NL:RVS:2010:BN6986

Raad van State

Datum uitspraak
15 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201006413/1/H2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. G 1 Kieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schrapping aanduiding politieke partij wegens ontbreken geldige kandidatenlijst

De Liberaal Democratische Partij (LDP) had voor de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 geen geldige kandidatenlijst ingediend. Op grond van artikel G 1, zevende lid, onder d, van de Kieswet heeft de Kiesraad daarom de aanduiding 'Liberaal Democratische Partij' uit het register geschrapt. De LDP stelde dat de Kiesraad onzorgvuldig had gehandeld door de schrapping zonder voorafgaande kenbaarmaking, maar de Raad van State oordeelde dat de Kiesraad de LDP vooraf had geïnformeerd.

De LDP had bovendien voorafgaand aan de publicatie in de Staatscourant een verzoek om herregistratie ingediend. De Raad van State concludeerde dat de schrapping terecht was en het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak bevestigt de toepassing van de Kieswet en benadrukt het belang van het tijdig indienen van een geldige kandidatenlijst voor registratie van politieke partijaanduidingen.

Uitkomst: Het beroep van de Liberaal Democratische Partij tegen de schrapping van haar aanduiding is ongegrond verklaard.

Uitspraak

201006413/1/H2.
Datum uitspraak: 15 september 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
vereniging Liberaal Democratische Partij (hierna: de LDP), gevestigd te Haarlem,
appellante,
en
de Kiesraad handelend als het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: de Kiesraad),
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 15 juni 2010 heeft de Kiesraad de onder lijstnummer 177 geregistreerde aanduiding 'Liberaal Democratische Partij' in het register als bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet geschrapt.
Tegen dit besluit heeft de LDP bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 juli 2010, beroep ingesteld.
De Kiesraad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 augustus 2010, waar de LDP, vertegenwoordigd door [voorzitter], en de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. R. Hoorweg, werkzaam bij de Kiesraad, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel G 1, eerste lid, van de Kieswet kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.
Ingevolge het zevende lid aanhef en onder d, schrapt het centraal stembureau de aanduiding in het register en doet hiervan mededeling in de Staatscourant, wanneer voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.
2.2. Niet in geschil is dat de LDP voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer van 9 juni 2010 geen geldige kandidatenlijst heeft ingeleverd. De Kiesraad heeft de aanduiding 'Liberaal Democratische Partij' dan ook terecht met toepassing van artikel G 1, zevende lid, onder d, van de Kieswet uit het register, bedoeld in dat artikel, geschrapt. De Kiesraad heeft, zoals de LDP in haar beroepschrift uitdrukkelijk vermeldt, voorafgaand aan publicatie van het besluit in de Staatscourant de LDP daarvan in kennis gesteld. De LDP heeft daarop, voorafgaand aan die publicatie, een verzoek om herregistratie gedaan. Reeds daarom kan het betoog van de LDP, dat de Kiesraad onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld door de aanduiding zonder voorafgaande kenbaarmaking te schrappen, waardoor derden deze aanduiding zouden hebben kunnen laten registreren, niet slagen.
2.3. Het beroep is ongegrond.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.
w.g. Slump w.g. Poot
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010
362.