ECLI:NL:RVS:2010:BN7302
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens ononderbroken verblijf niet aangetoond
De vreemdeling had een opvolgende asielaanvraag ingediend en stelde dat hij sinds 1 april 2001 ononderbroken in Nederland verbleef, een vereiste voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud).
De staatssecretaris wees het bezwaar van de vreemdeling af, stellende dat de vreemdeling niet kon aantonen dat hij niet ononderbroken in Nederland verbleef sinds genoemde datum, mede gebaseerd op een proces-verbaal van december 2005 waarin de vreemdeling verklaarde dat hij toen net was teruggekeerd uit zijn land van herkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank het toetsingskader verkeerd had toegepast en dat de staatssecretaris zijn besluit onvoldoende had gemotiveerd, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
Toch besloot de Raad van State de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat de staatssecretaris het besluit alsnog zorgvuldig kan motiveren en de partijen zich daarover kunnen uitlaten. Tevens werd de minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering en het juiste toetsingskader bij beslissingen over verblijfsvergunningen op grond van ononderbroken verblijf.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.