ECLI:NL:RVS:2010:BN7304
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenasielprocedure en bewijsverplichting bij erkenning UNHCR-vluchteling
De vreemdelingen hadden asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie op 15 juli 2009 werden afgewezen. De rechtbank had deze besluiten vernietigd en de beroepen gegrond verklaard, omdat de staatssecretaris zonder af te wachten op informatie van de UNHCR had beslist.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdelingen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3.114, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 zelf verantwoordelijk zijn voor het aanleveren van alle relevante documenten, waaronder bewijs van erkenning als vluchteling door de UNHCR. Het feit dat bijzonder beleid geldt voor UNHCR-erkende vluchtelingen doet hieraan niets af.
Verder werd geoordeeld dat het verzoek van een vreemdeling om een contra-expertise van een paspoortrapportage niet leidt tot een gebrek aan kenbare motivering van het besluit. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.