ECLI:NL:RVS:2010:BN7927

Raad van State

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201004785/2/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Hoekstra
  • R.I.Y. Lap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Kom Budel-Dorplein

De raad van de gemeente Cranendonck stelde op 23 februari 2010 het bestemmingsplan 'Kom Budel-Dorplein' vast, waarin onder meer een theetuin op het perceel Sepulchrestraat 166 werd gelegaliseerd met de bestemming 'Tuin' en de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - theetuin'. Tegen dit besluit hebben verzoeker en anderen beroep ingesteld bij de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Tijdens de zitting op 7 september 2010 werden de partijen gehoord. Verzoekers voerden aan dat een theetuin niet passend is in een woongebied en dat het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. De voorzitter overwoog echter dat het plan geen nieuwe bouwwerken mogelijk maakt en dat de theetuin reeds was ingericht, zodat geen wijziging van het gebruik te verwachten was die tot een onomkeerbare situatie zou leiden.

Gezien het ontbreken van onverwijlde spoed achtte de voorzitter het niet noodzakelijk een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 17 september 2010 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

201004785/2/R3.
Datum uitspraak: 17 september 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats], gemeente Cranendonck,
en
de raad van de gemeente Cranendonck,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Budel-Dorplein" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 mei 2010, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 september 2010, waar [verzoeker] en anderen, van wie [verzoeker] in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door drs. V. Herzberg, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [partij] als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in een actuele juridische-planologische regeling voor de bebouwde kom van Budel-Dorplein. Daarbij voorziet het plan in legalisering van een theetuin op het perceel Sepulchrestraat 166. Hiertoe zijn in het plan de bestemming "Tuin" en de aanduiding "specifieke vorm van tuin - theetuin" met betrekking tot een deel van het perceel toegekend.
2.3. Het verzoek van [verzoeker] en anderen richt zich tegen voormelde aanduiding. In dit verband voeren zij aan dat een theetuin niet past in een woongebied. Voorts betogen [verzoeker] en anderen dat de theetuin een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden met zich brengt. Volgens hen heeft de raad dit niet, althans onvoldoende, onderkend.
2.4. Het plan maakt geen nieuwe bouwwerken in de tuin mogelijk en naar ter zitting is gebleken is de tuin aan de Sepulchrestraat 166 bovendien reeds als theetuin ingericht. Gelet hierop is er geen wijziging van het gebruik te verwachten dat tot een feitelijk onomkeerbare situatie kan leiden. Gezien het vorenstaande is de voorzitter van oordeel dat geen sprake is van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening noodzakelijk maakt. Er bestaat dan ook aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van staat.
w.g. Hoekstra w.g. Lap
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2010
288-589.