Uitspraak
200905767/1/H1behandeld op 23 augustus 2010, waar de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. H. Elmas, advocaat te Zaandam, en de raad, vertegenwoordigd door drs. E. van de Ven, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
200305190/1), komen de vragen of voor de uitvoering van het bouwplan ontheffingen nodig zijn op grond van de Flora- en faunawet, en zo ja, of deze ontheffingen kunnen worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Flora- en faunawet. Dit doet er niet aan af dat de raad geen vrijstelling voor het plan had mogen verlenen indien en voor zover het op voorhand in redelijkheid had moeten onderkennen dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat.
200905767/1/H1onder 2.7.1 heeft overwogen, faalt het betoog van de stichting dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bouwplan niet is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.
200905767/1/H1onder 2.8 heeft overwogen, faalt voorts het betoog van de stichting dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de tussen de raad en het college enerzijds en Europarcs anderszijds gesloten samenwerkingsovereenkomst onvoldoende zekerheid biedt dat de tweede ontsluitingsweg zal worden gerealiseerd.
200906091/1), is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan verlening van vrijstelling in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.
200905767/1/H1onder 2.10.1 heeft overwogen, faalt ten slotte het betoog van de stichting dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college zich niet op grond van het advies van Stichting Welstandszorg Noord-Holland van 2 november 2006 op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.