Uitspraak
200404773/1) dient de rechter, binnen het kader van de in artikel 8:29 van Pro de Awb neergelegde procedure, waarbij alleen de rechter kennis neemt van de geweigerde documenten of delen daarvan, te beoordelen of met betrekking tot die documenten tot een juist besluit inzake de openbaarmaking is gekomen. Deze beoordeling kan niet plaatsvinden indien de rechter, zoals in dit geval, geen kennis heeft genomen van de geweigerde stukken. Het oordeel van de rechtbank, dat het college openbaarmaking van de geweigerde stukken in redelijkheid achterwege heeft kunnen laten, is dan ook onbegrijpelijk.
200701417/1) is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer bij hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomst van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch bij dat bestuursorgaan berust. Ter zitting bij de Afdeling heeft het college gesteld dat, daargelaten zijn standpunt dat het conceptmanuscript voorzien van aantekeningen en commentaar in elk geval niet ziet op een bestuurlijke aangelegenheid, dit conceptmanuscript naar de auteur is teruggestuurd en dat aldus ten tijde van het informatieverzoek van [appellant] geen exemplaar daarvan bij hem berustte. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding hieraan te twijfelen. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat een versie van het conceptmanuscript voorzien van aantekeningen en commentaar bij het college berustte. Het college heeft het verzoek reeds hierom in zoverre terecht afgewezen. Het betoog faalt dan ook in zoverre.