ECLI:NL:RVS:2010:BN9188
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling systeem van vervolgaanvragen voor Rvb-toelage niet onjuist
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees de aanvraag van een vreemdeling voor een financiële toelage op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) af omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de Raad van State stelde het hoger beroep van het COa in het gelijk.
De Raad van State overwoog dat de Rvb een voorziening biedt voor noodzakelijke bestaansvoorwaarden gedurende een korte periode waarin het verblijfsrecht onzeker is. Het systeem van vervolgaanvragen, waarbij elke maand binnen twee weken na afloop een aanvraag moet worden ingediend, is niet onjuist en sluit aan bij de wettelijke bepalingen in artikel 9 van Pro de Rvb.
De vreemdeling stelde dat sprake was van een bijzonder geval op grond waarvan het COa had moeten afwijken van de termijn, omdat zij niet op de hoogte was van het verplichte aanvraagformulier en de termijn niet kon naleven. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen overmacht aannemelijk had gemaakt en dat het COa terecht vasthield aan de termijn en het aanvraagstelsel.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.