Uitspraak
200802543/1/R1, JM 2009/142) aan dat in zijn algemeenheid geen aanspraak op blijvend vrij uitzicht kan worden gemaakt.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Eemnes wees een verzoek om vergoeding van planschade af, omdat een antennemast nabij de woning van de wederpartij geen zodanige waardevermindering veroorzaakte. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het advies van een deskundige stelde dat het uitzicht vanuit de woning door de antennemast slechts beperkt werd en dat het waardebepalende uitzicht al door andere bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan werd beperkt. Het college had dit advies gevolgd en gemotiveerd dat de bouwmogelijkheden niet illusoir zijn.
De rechtbank had geoordeeld dat de groenstrook tussen de woning en de bouwlocatie een afschermende werking heeft, waardoor het uitzicht op eventuele toekomstige bebouwing beperkt zou zijn. Dit oordeel werd door het college niet bestreden. De Afdeling vond dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de antennemast tot een nadeliger situatie leidde dan de maximale bouwmogelijkheden.
Verder verwierp de Afdeling het betoog van het college dat de jurisprudentie over vrij uitzicht niet van toepassing is op planschadevergoedingen. Ook het standpunt dat de beperkte verandering van het uitzicht geen waardevermindering rechtvaardigt, werd afgewezen omdat het college hiervoor geen aanvullend deskundigenadvies had ingewonnen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.