Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200509111/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet worden nageleefd. Uit het boeterapport en de daarbij gevoegde verklaring van [directeur] blijkt dat voorafgaand aan de werkzaamheden niet is gecontroleerd of de vreemdelingen in Nederland mochten werken. De omstandigheid dat, zoals [directeur] ten overstaan van de inspecteurs heeft verklaard, vooraf met [bedrijf] mondeling is afgesproken dat slechts personen zouden worden ingezet die gerechtigd waren om in Nederland te werken, vormt onvoldoende grond voor het oordeel dat de overtreding [appellante] in verminderde mate kan worden verweten.
200807994/1/V6, leidt de omstandigheid dat voor de vreemdelingen geen tewerkstellingsvergunningen zijn aangevraagd, reeds tot het oordeel dat de maatschap in strijd met de doelstellingen van de Wav heeft gehandeld, omdat hierdoor de daartoe bevoegde instantie - het UWV Werkbedrijf - niet heeft kunnen beoordelen of voor de tewerkstelling van de vreemdelingen prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig was en of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden zich tegen de beoogde tewerkstelling verzetten. Dat [appellante], naar gesteld, van de overtreding geen financieel voordeel heeft genoten, vormt evenmin grond voor matiging, nu deze omstandigheid geen afbreuk doet aan voormelde doelstellingen van de Wav en aan de ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding in dat verband. Hetgeen [appellante] overigens omtrent haar financiële situatie heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat uitsluitend financiële gegevens over het jaar 2009 zijn overgelegd, zodat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.
200705380/1) is in artikel 19a, tweede lid, van de Wav, zoals ook uit de geschiedenis van de totstandkoming van dit artikellid volgt (Kamerstukken II 1993/94, 29 523, nr. 3, blz. 17), een cumulatiebepaling neergelegd. Dat in geval van illegale tewerkstelling van, in dit geval, negen vreemdelingen, telkens negen overtredingen zijn begaan en de minister bevoegd is om voor iedere overtreding afzonderlijk een boete op te leggen, vloeit derhalve uit de wet voort. De rechtbank heeft, gelet op het vorenoverwogene, terecht overwogen dat geen grond bestaat voor matiging van de door de minister opgelegde boete.