ECLI:NL:RVS:2010:BO0238
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vaststelling rijksbijdrage Universiteit van Tilburg 2006
De stichting Katholieke Universiteit Brabant stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin de rijksbijdrage voor 2006 werd vastgesteld op € 75.330.000. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 11 mei 2006 ongegrond, maar vernietigde het besluit van 10 november 2006 dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
De stichting voerde aan dat het Bekostigingsbesluit, op grond waarvan de rijksbijdrage werd vastgesteld, in strijd was met het vertrouwens-, rechtszekerheids-, evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Zij stelde dat de wijzigingen in het Bekostigingsbesluit de universiteit in ernstige en onomkeerbare problemen brachten en dat de staatssecretaris de Tweede Kamer onjuist had geïnformeerd.
De Raad van State oordeelde dat uit de relevante amendementen niet kan worden afgeleid dat de staatssecretaris een hoger bedrag dan de vastgestelde zes miljoen euro voor de jonge universiteiten had moeten beschikbaar stellen. De bestuursrechtelijke principes waren niet geschonden, aangezien de begrotingswetgever ruime beleidsvrijheid heeft en de amendementen geen ondubbelzinnige toezeggingen bevatten.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht het bezwaar ongegrond had verklaard en bevestigde de uitspraak. Er was geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.