ECLI:NL:RVS:2010:BO0245
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bouwvergunning intrekking
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem verleende op 15 november 2007 een lichte bouwvergunning voor het verbouwen van de balustrade van het dakterras aan de achtergevel van een woning. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 april 2008 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit op 6 oktober 2009. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure trok het college bij besluit van 11 januari 2010 de eerder verleende bouwvergunning in en wees de aanvraag alsnog af. Hierdoor had appellante bereikt wat zij met het hoger beroep wilde bereiken, waardoor zij geen belang meer had bij het hoger beroep. Het college gaf ter zitting aan dat een later verleende bouwvergunning van 1 september 2010 betrekking had op een gewijzigd bouwplan en een ander planologisch regime, waardoor de eerdere uitspraak niet beslissend was voor toekomstige procedures.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van belang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken op 13 oktober 2010 door de voorzitter en leden van de Afdeling in aanwezigheid van de ambtenaar van Staat.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.