Uitspraak
200901843/1/H2.
Raad van State
Appellant, eigenaar van een perceel, verzocht om vergoeding van planschade vanwege een wijziging van het bestemmingsplan waarbij omliggende gronden werden bestemd voor woongebied in plaats van agrarisch gebied. Het college wees dit verzoek af op basis van een advies van Ingenieursbureau Oranjewoud, dat concludeerde dat de planologische positie van appellant niet was verslechterd.
De rechtbank vernietigde aanvankelijk het besluit vanwege procedurele tekortkomingen, waarna Oranjewoud een aanvullend advies uitbracht en het college het verzoek opnieuw afwees. De rechtbank verklaarde het beroep toen ongegrond omdat appellant onvoldoende concrete aanknopingspunten had om het advies te betwisten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het advies onjuist was omdat het Uitwerkingsplan ten onrechte was betrokken, de gebruiksoppervlakte van zijn woning verkeerd was vastgesteld, en dat waardeopdrijvende factoren onterecht waren meegenomen. De Raad van State oordeelde dat deze bezwaren faalden, mede omdat eerdere uitspraken bindend waren en het advies zorgvuldig was onderbouwd.
De Raad bevestigde dat de planologische voordelen de nadelen overtreffen en dat appellant geen planschade heeft geleden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om planschadevergoeding wordt bevestigd.