Uitspraak
200908941/1/R1behandeld op 24 augustus 2010, waar [appellant A] en het college, vertegenwoordigd door mr. F. Brouwer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
200908941/1/R1, heeft de Afdeling de door [appellanten] en [belanghebbende] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Dit bestemmingsplan, waarmee het bouwplan in overeenstemming is, is daarmee onherroepelijk geworden. Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de verleende vrijstelling kan worden aangenomen, moet worden geoordeeld dat [appellanten] geen belang meer hebben bij een beoordeling van de verleende vrijstelling. Thans zou het bouwplan immers zonder vrijstelling kunnen worden gerealiseerd, omdat het in overeenstemming is met het bestemmingsplan "Westzaan-Noord".
200804977/1), mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derdebelanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derdebelanghebbende.