ECLI:NL:RVS:2010:BO0969
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijke lidstaat Malta en medische voorzieningen
De vreemdeling had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij Malta als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen volgens de Dublinverordening. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister stelde echter hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het uitgangspunt is dat medische voorzieningen in Malta vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De vreemdeling had onvoldoende concrete aanwijzingen aangevoerd om aan te tonen dat de medische voorzieningen in Malta niet adequaat zouden zijn, ondanks zijn epilepsie en eerdere ziekenhuisopname in Malta.
De Raad van State oordeelde dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat geen sprake was van bijzondere individuele omstandigheden die het aan zich trekken van de asielaanvraag rechtvaardigen. Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.