ECLI:NL:RVS:2010:BO0992
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake machtiging verblijf ouder bij kind wegens onjuiste toetsing
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als verblijfsdoel 'ouder bij kind'. De minister wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarbij zij oordeelde dat toetsing aan artikel 3.24 van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet aan de orde was zonder een afzonderlijke aanvraag.
De Raad van State oordeelt dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat toetsing aan artikel 3.24 alleen kan plaatsvinden bij een aparte aanvraag. Het toepassingsbereik van artikel 3.24 sluit niet uit dat een ouder zich herenigt met het gezin van haar kind dat rechtmatig in Nederland verblijft, zonder wijziging van het verblijfsdoel. De rechtbank heeft bovendien zonder motivering geoordeeld dat niet aan de eisen van artikel 3.24 is voldaan, terwijl de minister hierover geen standpunt innam.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De zaak wordt terugverwezen zodat de minister de aanvraag opnieuw kan beoordelen met inachtneming van artikel 3.24.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling met inachtneming van artikel 3.24 Vreemdelingenbesluit 2000.