Uitspraak
200607370/1), is het aan degene die een beroep doet op het overgangsrecht om aannemelijk te maken dat het met het bestemmingsplan strijdige gebruik op de peildatum plaatsvond en nadien ononderbroken is voortgezet.
Raad van State
Het college heeft op 13 oktober 2010 aan appellant opgelegd het garagebedrijf en de opslag op het perceel te staken, onder dreiging van een dwangsom. Appellant maakte bezwaar tegen deze last, stellende dat het bestemmingsplan onduidelijk is en dat de activiteiten op het perceel niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan 'Buitengebied Herziening 1983' duidelijk en begrijpelijk is en dat de plankaart de bestemming 'Agrarische bouwstrook' op het perceel aangeeft. Het college heeft terecht geoordeeld dat het herstel, onderhoud en verhuur van landbouwvoertuigen op het perceel niet passen binnen de agrarische bestemming en derhalve in strijd zijn met het bestemmingsplan.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat het gebruik van het perceel voor deze activiteiten onder het overgangsrecht valt, omdat de loods waarin deze werkzaamheden plaatsvinden pas sinds 1992 bestaat en de getuigenverklaringen onvoldoende objectief bewijs boden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.