Uitspraak
200803908/1heeft de Afdeling het daartegen door [appellant A] ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank van 22 april 2008 vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van het college van 29 januari 2008 vernietigd.
201002971/1/H1, ter zitting behandeld op 6 oktober 2010, waar [appellant A], bijgestaan door mr. K. Baoutou, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.A.M. Suijkerbuijk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
200707067/1.
200804977/1), mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders, indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria.
200803915/1heeft de Afdeling overwogen dat het college niet kon volstaan met het overnemen van het welstandsadvies van 13 februari 2008, nu dat advies bestond uit een enkele akkoordverklaring en [appellant A] dat welstandsadvies heeft bestreden door aan te voeren dat de voorziene zijmuur te kolossaal is.
200704203/1), kan een commissie van deskundigen als de welstandscommissie in het algemeen geacht worden over voldoende kennis en ervaring te beschikken om aan de hand van de bij een bouwaanvraag overgelegde bouwtekeningen een oordeel te geven. In het welstandsadvies van 24 april 2009 is vermeld dat de maat van de aanbouw naar het oordeel van de welstandscommissie, zowel in diepte als in hoogte, ondergeschikt is aan de woning. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de welstandscommissie daarmee is ingegaan op de kritiek van [appellant A]. Nu [appellanten] voorts niet gemotiveerd hebben aangevoerd dat het welstandsadvies van 24 april 2009 in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria, behoefde het college niet nader toe te lichten waarom het het welstandsadvies van 24 april 2009 heeft overgenomen. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat het college dit advies ten grondslag mocht leggen aan het besluit van 12 mei 2009.