ECLI:NL:RVS:2010:BO1826
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Utrecht over planschadevergoeding wegens schending hoor en wederhoor
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Utrecht van 7 juli 2009 waarin planschadevergoedingen aan verschillende eigenaren werden vastgesteld. De verzoekers hadden schade geleden door het bestemmingsplan 'Vleuterweide' en daarop anticiperende besluiten, waaronder vrijstellingen voor spoorverdubbeling en de bouw van een treinstation.
De rechtbank had het besluit van 7 juli 2009 vernietigd wegens schending van artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat belanghebbenden niet in de gelegenheid waren gesteld te reageren op belangrijke adviezen. De raad en ProRail stelden dat dit artikel niet van toepassing was in de beroepsfase en dat het slechts om een aanvulling van het verweerschrift ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit van 7 juli 2009 een nieuw besluit is in de zin van artikel 6:18 Awb Pro en dat belanghebbenden voorafgaand aan het besluit van de adviezen kennis hadden moeten nemen en daarop hadden moeten kunnen reageren. Dit is niet gebeurd, waardoor het besluit in strijd is met het motiverings- en hoor en wederhoor-beginsel en vernietigd wordt. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Daarnaast zijn diverse inhoudelijke bezwaren van de raad en ProRail gegrond verklaard, zoals de uitleg van planvoorschriften en de beoordeling van planschade.
De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de belanghebbenden en ProRail.
Uitkomst: Het besluit van 7 juli 2009 van de raad van de gemeente Utrecht wordt vernietigd wegens schending van artikel 7:9 Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.