ECLI:NL:RVS:2010:BO1863
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens illegale aanbouw zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders heeft aan belanghebbende een last onder dwangsom opgelegd voor het verwijderen en verwijderd houden van een aanbouw van 89 m² op een perceel, waarvoor geen bouwvergunning was verleend. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank hebben het besluit gehandhaafd.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie en dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld omdat een ambtenaar zou hebben medegedeeld dat geen vergunning nodig was. Deze gronden werden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verworpen omdat er geen concrete toezeggingen waren gedaan door een bevoegd persoon en het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde.
Daarnaast werd het beroep op rechtsverwerking afgewezen omdat het enkele feit dat er controles hadden plaatsgevonden niet betekent dat het college had afgezien van handhaving. Ook het argument dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege de impact op het bedrijf en andere gebruikers van het perceel werd niet gehonoreerd.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht handhavend is opgetreden en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die van handhaving af zouden moeten zien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Almelo werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt gehandhaafd.