ECLI:NL:RVS:2010:BO2733
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijstelling en bouwvergunning voor bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 4 mei 2007 een vrijstelling en bouwvergunning voor het vergroten van een bedrijfsgebouw op een perceel met de bestemming 'Agrarisch gebied' met nadere aanduiding 'niet-agrarisch bedrijf'. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat hij niet beschikte over een kopie van het vrijstellingsbesluit en dat de rechtbank onjuist had vastgesteld wie vergunninghoudster vertegenwoordigde tijdens de zitting. Ook voerde appellant aan dat de bedrijfshal in afwijking van de bouwvergunning was geplaatst, waardoor de weg zou zijn versmald.
De Raad van State oordeelde dat het vrijstellingsbesluit deel uitmaakt van het besluit van 4 mei 2007 en dat appellant dit besluit als bijlage had gevoegd bij eerdere correspondentie. De aanwezigheid en vertegenwoordiging van vergunninghoudster tijdens de zitting was correct vastgesteld. De afwijking in de bouw gaf geen grond om het college te beletten vrijstelling te verlenen, omdat beoordeeld moet worden op grond van de aanvraag.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.