ECLI:NL:RVS:2010:BO3439
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- I.S. Vreken
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Irakese vreemdeling tot 24 november 2010
De staatssecretaris van Justitie wees op 13 maart 2009 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 30 september 2010 ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening tegen zijn uitzetting.
De voorzitter behandelde het verzoek op 1 november 2010, waarbij de vreemdeling en de minister van Justitie verschenen. De vreemdeling stelde dat uitzetting naar Centraal-Irak een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege de onveilige situatie aldaar. De minister overhandigde een brief van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 22 oktober 2010, waarin het Hof interim measures aankondigt voor Irakese vreemdelingen die naar Bagdad worden uitgezet.
Gezien deze omstandigheden bepaalde de voorzitter dat de vreemdeling niet wordt uitgezet tot 24 november 2010, zodat het hoger beroep kan worden behandeld zonder dat de vreemdeling wordt teruggestuurd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 874,00 voor door een derde verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet naar Centraal-Irak tot 24 november 2010 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.