ECLI:NL:RVS:2010:BO3440
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- I.S. Vreken
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Centraal-Irak wegens veiligheidssituatie
De staatssecretaris heeft op 3 april 2009 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, welke op 24 augustus 2010 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd bij de Raad van State hoger beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De vreemdeling vreesde dat bij gedwongen terugkeer naar Centraal-Irak een schending van artikel 3 EVRM Pro zou plaatsvinden vanwege de onveilige situatie aldaar. De minister overhandigde een brief van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin werd aangekondigd dat voor Irakese vreemdelingen een interim measure geldt die uitzetting naar Bagdad tijdelijk verbiedt tot nader onderzoek.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de situatie aanleiding gaf om de uitzetting van de vreemdeling tot 24 november 2010 te schorsen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ad € 874,00. De beslissing werd uitgesproken op 2 november 2010.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet naar Centraal-Irak tot 24 november 2010 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.