Uitspraak
200802975/1volgt dat in beginsel dient te worden uitgegaan van de juistheid van een op ambtseed onderscheidenlijk ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend boeterapport. In de bij het boeterapport gevoegde verklaring van [bestuurder], enig bestuurder van [bedrijf 4], gevestigd te [plaats], die op haar beurt enig bestuurder is van zowel [appellante] als [bedrijf 1], is vermeld, in antwoord op de vraag hoe lang de vreemdelingen voor [appellante] hebben gewerkt, dat zij hier ongeveer drie werken werkten. Reeds omdat niet inzichtelijk is door wie de in 2.3. vermelde winst- en verliesrekening over 2007 is opgesteld kan deze geen rol spelen in de beoordeling. De opdracht vormt onvoldoende bewijs om niet uit te gaan van de verklaring van [bestuurder], die op ambtseed onderscheidenlijk ambtsbelofte is opgemaakt en ondertekend door de inspecteurs en [bestuurder]. Uit de opdracht, in de vorm van een bestelbon, blijkt niet dat deze is uitgevoerd door de vreemdelingen. Dat voor de opdracht een factuur is uitgeschreven en dat het bedrag op de factuur ook is vermeld op het rekeningoverzicht van [bedrijf 1], doet evenmin af aan de verklaring van [bestuurder].
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200704906/1), wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was om de overtreding te voorkomen heeft gedaan. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan, of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Door haar secretaresse binnen de onderneming de op de Wav gerichte controles uit te laten voeren terwijl deze daarvoor, naar de Afdeling begrijpt, niet volledig inzetbaar was, naar achteraf is gebleken, heeft [appellante] een bedrijfsmatig risico genomen waarvan de gevolgen voor haar rekening dienen te komen, gelet op de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever.