Uitspraak
200802997/1staat in rechte vast dat het college voor twee van die parkeerplaatsen in redelijkheid ontheffing heeft kunnen verlenen. Hetgeen [appellant] en anderen ter zake van die twee parkeerplaatsen naar voren brengen, wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. Thans is slechts nog in geschil of het college ook voor de resterende drie parkeerplaatsen ontheffing heeft kunnen verlenen. Aan de ontheffing daarvoor heeft het college ten grondslag gelegd dat in de Noordenbergpoortgarage drie parkeerplaatsen beschikbaar zijn die als redelijke alternatieve parkeervoorziening voor de bewoners van de voorziene appartementen kunnen worden aangemerkt en voorts dat in de nabije toekomst een parkeervoorziening aan het Muggeplein zal worden gerealiseerd. Om de beschikbaarheid van de drie parkeerplaatsen te waarborgen, heeft het college aan de ontheffing onder meer het voorschrift verbonden dat de aanvrager vóór ingebruikname van de appartementen ten behoeve van bewoners en/of gebruikers drie parkeerplaatsen huurt in de Noordenbergpoortgarage totdat de parkeervoorziening aan het Muggeplein danwel een andere, vergelijkbare parkeervoorziening binnen vergelijkbare afstand is gerealiseerd.