Uitspraak
200807021/1/H3) kan ten aanzien van communicatiemedewerkers van de politie evenwel niet met vrucht worden staande gehouden dat door openbaarmaking van deze namen het in artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob opgenomen belang in geding is, aangezien zij zichzelf reeds uit hoofde van hun functie in de openbaarheid presenteren. Dit geldt in dit geval evenzeer voor de burgemeester. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, brengt de omstandigheid dat zijn naam reeds publiekelijk bekend is niet mee dat verstrekking hiervan kan worden geweigerd in het kader van het onderhavige Wob-verzoek.
200509349/1), dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt is om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Zoals de Afdeling voorts eerder heeft overwogen (uitspraak van 30 september 2009 in zaak nr.
200809495/1/H3mag, voor zover openbaarmaking wordt verzocht van documenten die niet bij het bestuursorgaan berusten maar wel bij het bestuursorgaan hadden behoren te berusten, van dit bestuursorgaan worden verwacht dat het al het redelijkerwijs mogelijke doet om deze documenten alsnog te achterhalen.