Uitspraak
200802975/1volgt dat in beginsel dient te worden uitgegaan van de juistheid van een op ambtseed onderscheidenlijk ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend boeterapport. In het boeterapport staan de feitelijke waarnemingen van de inspecteurs. In de bij het boeterapport gevoegde verklaring van [medewerker B], welke op ambtseed is opgemaakt en ondertekend door een van de inspecteurs, staat voorts dat de man een ijzerdraad aan het opruimen was, dat de man twee dagen heeft geoefend, dat hij heeft gehoord dat de man op school zat en moest trainen, dat de man bloemen in emmers moest zetten en dat hij heeft gehoord dat de man stage zou lopen. Voorts heeft [medewerker B] verklaard dat de eigenaar en een medewerker van [appellant], genaamd Jan, hem hebben verteld dat hij de man naar het station moest brengen. De enkele verklaring van [appellant] dat de man een sollicitant was en de omstandigheid dat in de onderneming van [appellant] een bloembindmachine staat is onvoldoende om afbreuk te doen aan de waarnemingen van de inspecteurs en de verklaring van [medewerker B].
200804283/1. In dit verband heeft [appellant] de jaarstukken over de eerste helft van 2009 alsmede een crediteurenlijst van 12 november 2009 overgelegd.