ECLI:NL:RVS:2010:BO4893
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten aanvullende geluidsopnamen en contra-expertise taalanalyse in asielprocedure
In deze zaak betwist de vreemdeling het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om een verzoek tot vergoeding van kosten voor aanvullende geluidsopnamen en een tweede contra-expertise taalanalyse af te wijzen. Het COa had eerder een vergoeding toegekend voor een eerste contra-expertise taalanalyse, maar weigerde de extra kosten omdat deze volgens het COa niet noodzakelijk waren.
De Raad van State stelt vast dat het COa binnen zijn beoordelingsvrijheid handelt bij het bepalen welke kosten als noodzakelijk worden aangemerkt, mede gelet op de beperkte publieke middelen. De Raad bevestigt dat een contra-expertise taalanalyse alleen betrekking kan hebben op geluidsopnamen die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn vervaardigd. Kosten voor eigen geluidsopnamen die niet onder controle van de IND zijn gemaakt, worden niet als noodzakelijk erkend.
De vreemdeling kon met de eerder toegekende vergoeding voldoende aan haar bewijslast voldoen. Het beroep van het COa tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van het COa om de kosten niet te vergoeden wordt bevestigd.