ECLI:NL:RVS:2010:BO5709
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift vloeistofdichte voorziening voor opslag tuinafval
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 9 maart 2010 een gewijzigde milieuvergunning aan RAD Hoeksche Waard voor het afvalbrengstation te Westmaas. In deze vergunning werd onder meer voorschrift A.2.1 opgenomen, dat binnen zes maanden na inwerkingtreding vloeistofdichte voorzieningen bij de opslag van tuinafval verplicht stelde.
RAD Hoeksche Waard stelde bezwaar tegen dit voorschrift en voerde aan dat het tuinafval geen bodembedreigende stoffen bevat en dat de opslag zodanig is ingericht dat bodemverontreiniging wordt voorkomen. Het stortvak is voorzien van een vloeistofkerende vloer en het afval wordt regelmatig verwijderd, waardoor compostering en bodemrisico's worden uitgesloten.
Het college stelde dat het tuinafval wel bodembedreigend is vanwege mogelijke verontreinigingen zoals pesticiden en dat een vloeistofdichte vloer noodzakelijk is om een verwaarloosbaar bodemrisico te garanderen, verwijzend naar de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB).
De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat het tuinafval in het stortvak daadwerkelijk bodembedreigend is en dat het voorschrift A.2.1 niet deugdelijk is gemotiveerd. De Raad vernietigde daarom het voorschrift en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het voorschrift A.2.1 dat een vloeistofdichte voorziening verplicht stelt, wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.