ECLI:NL:RVS:2010:BO6339
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen uitzonderlijke situatie is in Shabelle Hoose voor asielvergunning
De minister van Justitie heeft bij besluit van 10 april 2010 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de situatie in de provincie Shabelle Hoose in Somalië een uitzonderlijke situatie vormt zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG, die bescherming biedt tegen terugkeer. De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de minister een nadere motiveringsplicht had en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad van State onderscheidt echter de vraag of terugkeer van bijzondere hardheid is (artikel 29, lid 1, aanhef en onder d, Vw 2000) van de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn. De Raad oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte een nadere motiveringsplicht aan de minister oplegde op basis van het ontbreken van fraude.
Verder is vastgesteld dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat in Shabelle Hoose geen sprake is van de uitzonderlijke situatie, en dat de situatie van de vreemdeling niet wezenlijk afwijkt van eerdere gevallen waarin dit standpunt werd bevestigd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.