201003434/1/H1.
Datum uitspraak: 8 december 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant A] en [appellante B], wonend te [woonplaats],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 februari 2010 in zaak nr. 09/1965 in het geding tussen:
[appellant A] en [appellante B]
het college van burgemeester en wethouders van Deurne.
Bij besluit van 26 april 2005 heeft het college aan [appellante B] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het splitsen van een woonboerderij in twee woningen op het perceel [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 28 april 2009 heeft het college het door [belanghebbende A], [belanghebbende B], [belanghebbende C], [belanghebbende D] en [belanghebbende E] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 26 april 2005 herroepen en vrijstelling en bouwvergunning geweigerd.
Bij uitspraak van 25 februari 2010, verzonden op 26 februari 2010, heeft de rechtbank het door [appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant]) daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2010, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[belanghebbende A], [belanghebbende B], [belanghebbende C] en [belanghebbende E] hebben een nader stuk ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 november 2010, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. C.G.M. Claessens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is daar [belanghebbende C], bijgestaan door mr. G.R.A.G. Goorts, advocaat te Deurne, verschenen.
2.1. Het betoog van [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat het college ten onrechte de vrijstelling en bouwvergunning heeft geweigerd, is een herhaling van hetgeen daaromtrent in beroep is aangevoerd. De rechtbank heeft dit beroep in de aangevallen uitspraak gemotiveerd beoordeeld en daarin geen aanleiding gevonden voor gegrondverklaring van het beroep. [appellant] heeft in hoger beroep geen redenen aangevoerd waarom de desbetreffende overwegingen van de rechtbank onjuist of onvolledig zouden zijn. In het hoger beroep is derhalve geen grond gelegen voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van staat.
w.g. Offers w.g. Van Dorst
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010