ECLI:NL:RVS:2010:BO6623
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste uitleg medewerkingsplicht werkgever
De minister legde de vennootschap een boete van € 8.000 op wegens het niet naleven van artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 18, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, waarna hoger beroep bij de Raad van State werd ingesteld.
De Raad van State oordeelt dat de medewerkingsplicht van de werkgever een inspanningsverplichting betreft en geen resultaatsverplichting. De vennootschap heeft voldoende medewerking verleend door inzage te geven in de administratie, pogingen te doen de identiteit van de arbeidskracht vast te stellen en contact te zoeken met betrokkenen. De minister en rechtbank hebben deze bepalingen onjuist uitgelegd door te eisen dat de identiteit daadwerkelijk moest worden vastgesteld.
De Raad vernietigt daarom het boetebesluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en herroept het boetebesluit. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vennootschap.
Uitkomst: Het boetebesluit van € 8.000 wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.