ECLI:NL:RVS:2010:BO6638
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetevermindering wegens onvoldoende bewijs medewerking werkgever aan identiteitsvaststelling
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €13.500 op aan een werkgever wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en de Algemene wet bestuursrecht, specifiek het niet voldoen aan de medewerkingsplicht bij het vaststellen van de identiteit van werknemers.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever gegrond voor zover het de boete betrof die verband hield met artikel 5:20 van Pro de Awb, en stelde de boete vast op €5.500. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de medewerkingsplicht een inspanningsverplichting inhoudt en geen resultaatsverplichting. De werkgever had de administratie getoond en inspanningen verricht om de ware identiteit van de werknemers te achterhalen, waaronder bezoeken aan woonadressen en contact met familie. De minister kon daarom niet volhouden dat de werkgever onvoldoende medewerking had verleend.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond. Tevens werd een griffierecht opgelegd aan de minister.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de boetevermindering bevestigd.