ECLI:NL:RVS:2010:BO7029
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing asielaanvraag en toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De vreemdeling diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen bij besluit van 5 augustus 2009. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling toetste het besluit van de staatssecretaris aan de hand van de Vreemdelingenwet 2000 en relevante jurisprudentie. De staatssecretaris had gemotiveerd dat in de provincie Shabelle Hoose in Somalië geen uitzonderlijke situatie bestond die categorale bescherming rechtvaardigt. De Afdeling bevestigde dat de situatie in Shabelle Hoose niet wezenlijk afweek van eerdere situaties waarin geen categorale bescherming werd toegekend.
Verder oordeelde de Afdeling dat het beleid van beëindiging van categorale bescherming voor asielzoekers uit Zuid- en Centraal-Somalië redelijk was, mede gelet op het beleid van andere EU-landen. Ook werd geoordeeld dat het uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet verhinderde dat de asielaanvraag in het aanmeldcentrum werd afgehandeld, mits het besluit binnen 48 uur zorgvuldig was genomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.