ECLI:NL:RVS:2010:BO9142
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- M.W.J. Sloots
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake handhaving gebruik pand en bijgebouw
Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek om handhavend optreden tegen het gebruik van een pand en bijgebouw als kantoor en berging. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid had eerdere besluiten genomen, waaronder het afwijzen van het verzoek en het opleggen van dwangsommen aan een advieskantoor om het gebruik te staken.
De rechtbank had het bezwaar van verzoekers tegen het besluit van 3 april 2009 gegrond verklaard en het bestuursorgaan opgedragen handhavingsmaatregelen te treffen. Het dagelijks bestuur trok later de dwangsombesluiten in en stelde een nieuw besluit vast dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
Verzoekers verzochten de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter oordeelde dat de belangen van verzoekers niet zodanig spoedeisend waren dat niet kon worden gewacht op de bodemprocedure. Ook werd meegewogen dat een ontwerpbestemmingsplan dat het gebruik mogelijk maakt ter inzage lag. Daarom wees de voorzitter het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 22 december 2010 door de voorzitter in aanwezigheid van een ambtenaar van staat.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.