Uitspraak
200901321/1/H3, waarbij uitspraak is gedaan op een hoger beroep in een soortelijk geschil. In die uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de minister, in aanmerking genomen de belangen die hem ten tijde van het vaststellen van de beleidscriteria voor de uitgifte van nieuwe handkokkelvergunningen bekend waren of behoorden te zijn, in redelijkheid niet tot de uitgifte van een aantal van tien nieuwe vergunningen heeft kunnen komen. De rechtbank is bij de beoordeling van het beroep van dit oordeel van de Afdeling uitgegaan en heeft de door [appellant] daartegen aangevoerde bezwaren verworpen.