ECLI:NL:RVS:2010:BO9217
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing rijksinpassingsplan Zuidring Wateringen - Zoetermeer (380 kV leiding)
Bij besluit van 28 augustus 2009 hebben de ministers het rijksinpassingsplan vastgesteld voor de aanleg van een circa 20 kilometer lange 380 kV hoogspanningsverbinding, de Zuidring, tussen Wateringen en Zoetermeer. Een deel van de verbinding wordt ondergronds aangelegd, het overige deel bovengronds met Wintrackmasten. Diverse appellanten hebben beroep ingesteld tegen het plan en de uitvoeringsbesluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de ontvankelijkheid van de beroepen beoordeeld en een uitgebreide toetsing uitgevoerd aan onder meer de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer en het voorzorgsbeginsel. De milieueffectrapportage is als zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de alternatieven en het onderzoeksgebied voldoende zijn afgewogen. De behoefte aan de hoogspanningsverbinding is niet gemotiveerd bestreden.
Gezondheidsaspecten zijn uitvoerig onderzocht, waarbij het advies van VROM over de magneetveldzone van 0,4 µT als uitgangspunt is genomen. De Afdeling oordeelt dat dit een redelijke beleidsmatige keuze is, gebaseerd op de best beschikbare wetenschappelijke gegevens en het voorzorgsbeginsel. De berekening van de magneetveldzone is correct uitgevoerd volgens de handreiking van het RIVM, rekening houdend met het innovatieve masttype. De ministers hebben echter nagelaten te beoordelen of gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone redelijkerwijs gehandhaafd kunnen blijven, waardoor dit onderdeel van het besluit niet deugt.
Verder zijn bezwaren over fijn stof, pacemakers en ondergrondse aanleg behandeld. De ministers hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de hoogspanningsverbinding schadelijke effecten veroorzaakt in combinatie met fijn stof en dat pacemakers geen risico lopen. De beperking tot 20 kilometer ondergrondse aanleg is gemotiveerd vanuit technische en leveringszekerheidsoverwegingen. De Afdeling acht de ministers in hun keuzes en motivering overwegend in redelijkheid gehandeld, behoudens het genoemde punt over de afweging van gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen behalve voor het ontbreken van een beoordeling over het handhaven van gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone, waarvoor het besluit wordt vernietigd.