Uitspraak
201005699/1/H1. Dit betoog behoeft dan ook geen bespreking in het kader van het onderhavige hoger beroep.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente verleende op 10 februari 2009 een reguliere bouwvergunning voor het vergroten en renoveren van een varkensstal, inclusief het plaatsen van een luchtwasser en verbindingsgangen op een perceel te Hof van Twente. Appellanten, waaronder appellante A, maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college grotendeels ongegrond werd verklaard en appellante A's bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. Zij voerden onder meer aan dat het college onrechtmatig had gehandeld door de termijn voor het besluit op bezwaar te verkorten en dat de bouwvergunning niet had mogen worden verleend vanwege het ontbreken van een vereiste Natuurbeschermingswetvergunning en strijd met de Habitatrichtlijn. De Afdeling oordeelde dat het betoog over de termijnverkorting niet relevant was voor dit hoger beroep en dat het college op grond van de Woningwet verplicht was de bouwvergunning te verlenen omdat geen weigeringsgronden aanwezig waren.
Daarnaast stelde appellante A dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, omdat zij op circa 200 meter afstand woont en geur- en geluidhinder kan ondervinden. De Afdeling stelde vast dat appellante A rechtstreeks in haar belangen werd geraakt en dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college werden daarom vernietigd voor zover het bezwaar van appellante A betreft. Het overige werd bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante A.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante A tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt gegrond verklaard en het besluit en de uitspraak worden vernietigd voor zover dit betreft.