ECLI:NL:RVS:2011:BP0512

Raad van State

Datum uitspraak
5 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201009782/2/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Th.C. van Sloten
  • K.M. Gerkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Rondweg Reeuwijk-Brug

Bij besluit van 28 juni 2010 heeft de raad van de gemeente Reeuwijk het bestemmingsplan 'Rondweg Reeuwijk-Brug' vastgesteld. Verzoekers, wonend nabij het tracé, hebben hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening.

Zij vrezen onder meer geluidshinder, verslechtering van verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, flora en fauna, lichthinder en trillinghinder door de aanleg van de rondweg nabij hun percelen. Tijdens de zitting op 21 december 2010 heeft de raad toegezegd dat met de aanleg van de rondweg niet zal worden begonnen voordat de Afdeling uitspraak doet in de hoofdzaak.

De voorzitter overweegt dat op korte termijn alleen werkzaamheden voor een ontsluitingsweg voor een woonwijk zullen plaatsvinden, waartegen geen bezwaar bestaat. Hierdoor ontbreekt een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Gelet op het voorlopige karakter van het oordeel en het ontbreken van spoedeisend belang wijst de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

201009782/2/R1.
Datum uitspraak: 5 januari 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],
2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Reeuwijk,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Rondweg Reeuwijk-Brug" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 12 oktober 2010, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brieven als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 21 december 2010, waar [verzoeker sub 1], bijgestaan door [gemachtigde], [verzoeker sub 2], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door ir. G.C.J. Tijssen, werkzaam bij de gemeente, en bijgestaan door mr. M. Visser, werkzaam bij Kuiper Compagnons Ruimtelijke Ordening, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] kunnen zich niet verenigen met het plan, voor zover dat de aanleg van een rondweg mogelijk maakt nabij hun percelen. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat vanwege geluidhinder en een verslechtering van de verkeersveiligheid. [verzoeker sub 2] vreest verder onder meer voor een verslechtering van de luchtkwaliteit, een aantasting van de flora en fauna, lichthinder en trillinghinder.
2.3. De raad heeft ter zitting toegezegd dat niet met de aanleg van de rondweg zal worden begonnen voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Op korte termijn zullen alleen werkzaamheden worden verricht ten behoeve van een ontsluitingsweg voor de in ontwikkeling zijnde woonwijk "De Bunderhof". [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben ter zitting gesteld daar geen bezwaren tegen te hebben. Met de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening is in zoverre geen spoedeisend belang gemoeid.
2.4. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van staat.
w.g. Van Sloten w.g. Gerkema
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2011
472-646.